Overgewicht: niet elk pondje gaat door het mondje

cakes-489849__340

 

Kranten en televisiezenders zijn er druk mee. Overgewicht is een oprukkend probleem in de westerse maatschappij. Het is een hot item waar veel aandacht aan wordt geschonken. Is dat terecht? Ja zeker.

In 2016 had bijna de helft van de volwassen Nederlanders (49%) overgewicht. We spreken van overgewicht als de BMI tussen de 25 en 30 is. Ruim 14% heeft zelfs obesitas, een BMI van 30 of hoger.  Ook kinderen krijgen meer overgewicht.  Bijna 14% van de kinderen is te dik.  Dit zijn wel serieuze aantallen, waar we stil van worden.

 

Gevolgen

Het hebben van overgewicht is een bedreiging voor de gezondheid. Er kunnen klachten ontstaan als:

  • Hart- en vaatlijden
  • Slaap apneu
  • Huidproblemen
  • Galblaas aandoeningen
  • Verhoogde bloeddruk
  • Hoog cholesterol
  • Diabetes type II

Dieet

Mensen met overgewicht gaan op een dieet.  Die-eet.  Vreemd woord eigenlijk.  Diëten  houden beperkingen in. Je mag een heleboel niet meer eten. Eigenlijk al gedoemd te mislukken. Als je iets niet mag eten wordt het aantrekkelijker en wil je het juist wel eten.

Er zijn zeker succesvolle diëten, waarbij je veel kilo’s kunt afvallen.  Alleen komen de meeste mensen in korte tijd  ook weer hetzelfde aantal kilo’s aan, of zelfs nog meer.  Dit is een logische reactie van het lichaam. Als we te weinig calorieën eten denkt de lichaam dat we in tijden van hongersnood verkeren.

In de tijd van de jagers en verzamelaars waren er ook tijden van schaarste.  Het lichaam is er op gericht om te overleven en heeft een heel slim trucje ontwikkeld. Als er weinig voedsel voor handen is zet het de verbranding van het lichaam omlaag en slaat het een voorraadje  op om te overleven. Is de schaarste voorbij dan blijft het lichaam voorraden opslaan en komen we in gewicht aan. We gaan jojoën.

Oorzaken

Een dieet lost helemaal niets op. Tijdelijk val je af, daarna kom je aan. Interessanter is om te ontdekken waarom iemand in gewicht aankomt. Je maakt mij niet wijs dat 1 op de 2 Nederlanders zich iedere dag te buiten gaat aan enorme hoeveelheden calorieën.  Veel te vaak hoor ik in mijn praktijk mensen verzuchten dat ze alle diëten al hebben uitgeprobeerd en dat niets helpt.  In mijn ogen is dit volkomen logisch. Gewichtstoename heeft zeker te maken met een positieve energiebalans, dat zal ik niet ontkennen. Maar er is veel meer aan de hand.  Waarom lukt het mensen niet om af te vallen? Zijn ze niet gemotiveerd? Smokkelen ze te veel?  Zou kunnen, maar er kunnen ook hele andere oorzaken aan de hand zijn.

Ongewenste gewichtstoename is, naast verkeerde voeding, ook een signaal dat er iets in het lichaam niet goed gaat.  Er kunnen verschillende ontregelingen zijn. Ik noem een aantal voorbeelden.

Hyperinsulinisme

Het te veel aanmaken van insuline. Als de bloedsuikers stijgen maakt de alvleesklier insuline aan. Lichaamscellen zijn gevoelig voor insuline. Dit hormoon zorgt ervoor dat glucose de cellen in kan.  Dat is heel belangrijk, want als dit niet zou gebeuren stijgen de bloedsuikers en dat is gevaarlijk.  Bij overgewicht kunnen de cellen ongevoeliger worden voor insuline. De alvleesklier moet meer insuline aanmaken, waarop de cellen weer reageren met nog ongevoeliger worden.  Er ontstaat een vicieuze cirkel. Door de ongevoeligheid van de cellen blijft er meer glucose in het bloed. Handig voor het lichaam want er is immers altijd brandstof aanwezig.  Het hoeft geen vetten te verbranden om aan energie te  komen. Je zal niet makkelijk afvallen als dit een rol speelt. Zo lang er een insuline resistentie blijft bestaan zit je in een cirkeltje.

Verminderd verzadigingsgevoel

Te veel eten geeft een positieve energie balans.  Het hoeft geen betoog dat je hier in gewicht van zult aankomen. Maar stel je nou dat je per ongeluk te veel eet?  Een kenmerk van een verminderd verzadigingsgevoel is dat je na het eten  pas merkt dat je te veel gegeten hebt. De broeksknoop even moet open zetten.  Ook bij deze mensen zijn hormonen uit balans.  Ghreline  is een honger hormoon.  Het zet de maag aan tot eten.  Na de maaltijd is de honger voorbij en neemt het hongerhormoon weer af.  Als dit mechanisme niet goed werkt, dus als de ghreline niet of te laat stopt,  voel je niet dat je voldoende gegeten hebt en eet je dus al snel te veel.

En dan hebben we ook nog het hormoon leptine.  Het vetweefsel geeft dit hormoon af. Het laat de hersenen weten hoeveel vet er in het lichaam is opgeslagen.   We weten hierdoor of we nog meer vet nodig hebben of dat er genoeg is. Als je ongevoelig bent geworden voor leptine, weten de hersenen niet of er in het lichaam voldoende vet aanwezig is. We eten dan te snel.

Verlaagde verbranding

En dan heb je ook nog mensen die weinig calorieën eten, maar toch niet afvallen.  Hun lichaam is kampioen in het zuinig aan doen met energie. De verbranding staat op een zeer laag pitje. Zij kunnen lijnen wat ze willen, maar als de verbranding niet optimaal werkt zal niet toch niet afvallen.

Koolhydraatverslaving

Er zijn mensen die koolhydraten eten omdat zij zich daar emotioneel veel beter door voelen.  Dat is helemaal niet raar.  Onze tarwe lijkt al lang niet meer op het oergraan van vroeger. Er is veel mee gerommeld om de opbrengsten te verhogen. Door het eten van tarwe, maar ook van vet,  verhoog je het serotonine en endorfine gehalte in het bloed. Je voelt je prettiger en gelukkiger.  Dit wil je steeds opnieuw ervaren, en je lichaam begint opnieuw om koolhydraten te vragen.  De cirkel ontstaat weer.

 

Te langzaam werkende schildkier

De schildklier is net een kachel. Werkt hij te snel dan gaat alles ook snel. Je valt af en voelt je gejaagd. Maar als hij te langzaam werkt gaat alle traag. Je hebt het koud  en de verbranding is sterk gedaald.  Een caloriebeperkt dieet zal hier dus niet helpen. We moeten de schildklier gaan ondersteunen.

 

Conclusie

Het verbeteren van het voedingspatroon, meer bewegen en voldoende rust nemen is uiteraard van groot belang.  Maar zoals we hierboven hebben kunnen lezen zijn er veel meer oorzaken die een rol spelen. Het is zeer belangrijk om deze op te sporen en te behandelen. Iedere oorzaak heeft zijn eigen specifieke aanpak nodig en is de vicieuze cirkel doorbroken.

Koffie. Aan of af te raden?

coffee-1885057_960_720

Vandaag, 1 oktober, is het wereld koffie dag. In ons land is koffie een zeer geliefde drank. Er zijn mensen die de hele dag door koffie drinken, anderen houden het bij 2 kopjes per dag.  In Nederland drinken we gemiddeld 140 liter koffie per persoon per jaar, wat neer komt op 3,2 kopje koffie per dag. In Amerika ligt dit percentage veel hoger.

 

Is koffie nou slecht of juist goed voor je?

Over het drinken van koffie doen veel verhalen de rondte. Zo  zou koffie het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten of een beroerte verhogen.   Wetenschappers in Amerika vonden het de hoogste tijd om hiernaar een grootscheeps onderzoek te starten.  Groot was de schok (en de vreugde) dat twee grote meta-analyses aantoonden dat er geen sprake was van een verhoogde kans op het krijgen van een beroerte of hart- en vaatziekten, maar dat koffie eerder bescherming biedt tegen deze ziekten.

 

Minder sterfgevallen

Wetenschappers van het National Cancer Institute  hebben in het tijdschrift New England Journal of Medicine een artikel gepubliceerd over het effect van koffiedrinken op onze gezondheid.  Dit onderzoek wees uit dat er beduidend minder sterfgevallen waren door hartkwalen, longproblemen, beroertes, suikerziekte en infecties bij mensen die dagelijks koffie drinken.

 

Borstkanker

Een grootscheeps onderzoek onder 6000 Zweedse vrouwen die meer dan 5 kopjes koffie per dag dronken toonde aan dat het  voorkomen van een bepaalde vorm van borstkanker met 57% gedaald was.

 

Cholesterol

Meerdere onderzoeken toonden  diverse voordelen aan van het drinken van koffie.  Het zou ons beschermen tegen aderverkalking doordat koffie het slechte cholesterol in het lichaam verlaagd. Ook ziektes als diabetes type 2, depressiviteit en dementie komen minder voor bij de notoire koffiedrinkers.

 

Conclusie

De koffiedrinkers onder ons kunnen opgelucht ademhalen.  Toch is er altijd reden om kritisch te blijven. Je weet immers nooit wie de onderzoeken financiert. Koffiebonen zijn vaak behandeld met bestrijdingsmiddelen. De biologische koffie verdient daarom de voorkeur. Ook worden koffieboeren vaak slecht behandeld. Kies voor een fairtrade koffie. Drink niet meer dan 5 kopjes per dag.  Schenk mij nog maar een lekker bakkie in.

 

Bron: http://naturalsociety.com/best-part-waking-coffee-health-benefits/

Is een avocado een superfood?

afbeelding1Iedereen weet dat avocado’s rijk zijn aan vetten. Maar zijn deze vruchten nu gezond of toch eigenlijk ongezond?

 

Bessen
Avocado’s zijn eigenlijk de bessen van de avocadoboom. In elke bes zit in het midden een enorme pit, welke eigenlijk dus het zaad(je) van een avocado is. Er zijn veel verschillende avocado’s, maar qua samenstelling zijn ze bijna allemaal gelijk. Iedere vrucht bevat gemiddeld 15 gram vet, 9 gram koolhydraten en ongeveer 2 gram eiwitten per 100 gram.

Avocado’s bevatten zo’n 20 verschillende vitamines en mineralen, waaronder kalium (heeft een positieve invloed op de bloeddruk), luteïne (goed voor de ogen) en foliumzuur ( cruciaal voor de reparatie van cellen). Tevens zijn zij een bron van vitamine B, welke belangrijk zijn voor het immuunsysteem. Ook zijn deze vruchten een bron voor vitamine C en E, welke weer sterke antioxidanten zijn .

 

Verzadiging
In avocado zit weinig suiker, maar wel veel vezels. Deze combinatie zorgt er voor dat er na het eten van deze vrucht een lang gevoel van verzadiging bestaat. Een studie meldt dat mensen die bij de lunch een avocado aten gedurende 3 uur geen behoefte hadden om nog iets te eten.

 

Vetten
Avocado’s zijn rijk aan vet, maar het een enkelvoudig onverzadigd vetzuur. Dit is een “goed” vet dat er toe bijdraagt dat het cholesterolgehalte in het bloed wordt verlaagd. Overigens bevatten ze wel veel energie (meer dan andere vruchten). Het dagelijks eten van een avocado zou op den duur kunnen leiden tot gewichtstoename.

 

Conclusie
Met enige regelmaat een avocado eten draagt bij aan een gezondheid. Avocado’s kunnen verwerkt tot guacamole, maar ook bij een salade gegeten worden of door smoothie gemixt worden.

Hoog Cholesterol! Wat nu?

veins-665093__180

Veel mensen hebben een verhoogd gehalte aan cholesterol in het bloed. Wat is nu precies cholesterol? Bestaat er slecht en goed cholesterol?

Cholesterol is een wasachtige, vettige substantie die we in alle lichaamscellen terugvinden.
Ons lichaam heeft cholesterol nodig voor de productie van onze celwanden, maar ook voor de aanmaak van bepaalde hormonen. Ook speelt het een rol in het verteringsproces, omdat het een belangrijk onderdeel is van onze galzouten. Voor de aanmaak van vitamine D is cholesterol nodig. Het lichaam kan cholesterol zelf aanmaken. Voor een klein deel (slechts 5%) wordt het via de voeding opgenomen.

 

Transporteiwitten

Cholesterol wordt via het bloed verspreid door het lichaam. Omdat het een vetachtig stofje is kan dat niet zomaar. Het heeft een transporteiwit nodig, een soort bootje. Cholesterol “stapt” in het bootje en wordt vervoerd naar de plaats van bestemming. Zo’n bootje bestaat aan de buitenkant uit eiwit, en aan de binnenkant uit vet. Het bootje heet in werkelijkheid een lipoproteïne.

Er zijn twee soorten transporteiwitten: het HDL en het LDL. Het LDL bootje wordt het slechte cholesterol genoemd. Als we veel van deze eiwitten in ons bloed hebben wordt het cholesterol uit de boot gezet”en plakt aan onze vaatwanden vast. Het gevolg is dat de vaatwanden langzaam nauwer worden en dichtslibben.
Gelukkig hebben we ook HDL cholesterol. Dit wordt het goede cholesterol genoemd, omdat dit bootje het cholesterol weer oppakt en terugbrengt naar de lever. Het HDL ruimt het slechte cholesterol dus eigenlijk op.

Wat is nu precies een verhoogd cholesterol?

Bij een verhoogd cholesterol zit er gewoonweg te veel cholesterol in het bloed. Veel mensen weten helemaal niet dat het cholesterol in hun bloed te hoog is, omdat het verder geen klachten geeft. Echter een verhoogd cholesterol kan op termijn wel problemen opleveren.
Als er veel slecht cholesterol in het bloed zit (veel LDL) is de kans op hart- en vaatziekten toegenomen. Zit er veel goed cholesterol (HDL) dan is het risico op deze ziekten een heel stuk minder.

Een verhoogd cholesterol is een ongewenste situatie. Er zijn een aantal natuurlijke remedies die kunnen helpen om het cholesterolgehalte te verlagen. Ik noem er een paar.

Rode gistrijst
Een belangrijk orthomoleculair voedingssupplement dat invloed heeft op het cholesterolgehalte is rode gist rijst extract. Rode gist rijst is witte rijst dat men 4-6 dagen heeft laten fermenteren met de schimmelcultuur Monascus purpureus. Deze schimmel heeft de eigenschap om de aanmaak van cholesterol te remmen op een natuurlijke wijze. Het wordt goed verdragen door het lichaam. Studies toonden aan dat rode gist rijst extract het cholesterolgehalte even effectief verlaagd als statines.
Rode gist rijst extract heeft bovendien nog als voordeel dat het de bloedsomloop bevordert en de maag kalmeert bij klachten.

 

Niacine (Vitamine B3)
Studies hebben aangetoond dat niacine het LDL cholesterol met ongeveer 10% laat dalen en het HDL cholesterol met 15% laat stijgen. Het slikken van vitamine B3 op eigen houtje moet afgeraden worden, daar er ook nadelen zijn. Niacine de werking van medicijnen tegen een hoge bloeddruk versterken. Niacine wordt snel opgenomen in het bloed en kan een gevoel van warmte, jeuk, duizelingen, tintelingen, misselijkheid en maagdam bezwaren geven. Het is ongevaarlijk, maar ook onaangenaam. Het slikken van niacine dient dan ook te gebeuren onder begeleiding van een deskundige.

 

Artisjokblad extract

 

Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat artisjokblad extract bijdraagt aan een lager cholesterolgehalte in het bloed. In artisjokken zit een stofje (cynarine) dat er voor zorgt dat er in de lever een verhoogde aanmaak van galzouten plaatsvindt en de gal meer galvloeistof uitscheidt. Een onderdeel van galzouten is cholesterol. Door een verhoogde afgifte van gal wordt het cholesterolgehalte in het bloed verlaagd.

 

Vezels

Het gebruik van vezelrijke voeding verlaagd het cholesterolgehalte. Vezels “zuigen”als het ware het cholesterol op en verlaten dan het lichaam.

Metabool syndroom

metabolic-syndromeOnze voeding bevat niet meer zoveel voedingsstoffen als vroeger. Dit komt onder andere door de veranderde landbouw methoden. Groenten worden geteeld op steenwol of op uitgeputte grond. Onze veestapel krijgt eenzijdig voedsel en preventief antibiotica. Veel voedingsmiddelen worden door de fabrikanten aantrekkelijker  gemaakt met smaak-, geur- , kleurstoffen en nog talloze andere “onmisbare”stoffen.

Kortom ons voedingspatroon is de laatste 25 jaar enorm veranderd. Het is armer geworden aan vitamines, mineralen en sporenelementen;  maar “rijker”geworden aan allerlei ongevraagde toevoegingen.  Zelfs voor een gezond persoon, die heel bewust eet, is het onmogelijk om via de voeding alle voedingsstoffen optimaal binnen te krijgen. Hierdoor kunnen er tekorten optreden. Er zullen klachten ontstaan.

Een van die klachten is het metabool syndroom.  Het metabool syndroom  is een combinatie van vier frequent voorkomende aandoeningen. Deze aandoeningen zijn: een hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht. Als ten minste drie van bovenstaande aandoeningen zijn aangetoond wordt van “metabool syndroom” gesproken. Het is een stofwisselingsaandoening die veroorzaakt wordt door een disbalans tussen voedselopname en lichamelijke activiteit. Met andere woorden, te veel eten en te weinig beweging.

Grootschalig onderzoek heeft aangetoond dat bij 23% van de Amerikaanse vrouwen het metabool syndroom voorkomt. Aangenomen wordt dat deze situatie bij de Nederlandse vrouwen niet anders zal zijn.  Het hoeft geen verder betoog dat als er niets aan het metabool syndroom gedaan wordt de lichamelijke klachten steeds ernstiger zullen worden.

In de orthomoleculaire geneeskunde gaan we op zoek naar de lichamelijke oorzaken van het overgewicht. Iemand  heeft misschien een verminderde verzadiging, waardoor hij of zij helemaal niet kan voelen of hij/zij genoeg gegeten heeft. Of misschien is er een verlaagde verbranding. Dan kan je sporten wat je wilt, je komt toch aan in gewicht omdat het lichaam heel zuinig met energie omgaat. Het kan ook zijn dat de schildklier niet optimaal werkt. Die moet dan ondersteund worden Een andere oorzaak kan zijn dat iemand  te veel insuline aanmaakt . Alle koolhydraten worden dan omgezet in vet. Dit kan een voorstadium van diabetes zijn.

Het behoeft geen betoog dat ieder van deze oorzaken een specifieke aanpak nodig heeft.  Het volgen van een calorie beperkt dieet is niet de oplossing. Door het invullen van een voedingsdagboek ontstaat er een goed inzicht in het voedingspatroon en de eventuele aanpassingen die hieraan gedaan moeten worden.